ECLI:NL:HR:2008:BD5493
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken vertaling Frans beroepschrift
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een inhouding van premie ingevolge de Algemene wet bijzondere ziektekosten over 2005. Dit bezwaar werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende ging in beroep bij de Rechtbank, die het beroep eveneens niet-ontvankelijk verklaarde omdat het beroepschrift in het Frans was gesteld zonder vertaling, terwijl een vertaling noodzakelijk werd geacht.
Belanghebbende deed verzet tegen deze uitspraak, maar ook dit verzet werd ongegrond verklaard door de Rechtbank. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 6:5 lid 3 Awb Pro een beroepschrift in een vreemde taal slechts ontvankelijk is indien een vertaling wordt verstrekt wanneer die noodzakelijk is voor een goede behandeling van het beroep.
De Hoge Raad bevestigde dat de Rechtbank terecht oordeelde dat een vertaling noodzakelijk was en dat het ontbreken daarvan tot niet-ontvankelijkheid leidt. De Hoge Raad wees ook op het feit dat belanghebbende ondanks gelegenheid geen vertaling heeft verstrekt. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard, waarmee de eerdere uitspraken in stand bleven.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een noodzakelijke vertaling.