ECLI:NL:HR:2008:BD5508

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12591
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling en verwerping cassatieberoep

Verzoeker en zijn echtgenote hebben bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft dit verzoek bij vonnis afgewezen. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Het hof verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Tegen dit arrest van het hof heeft verzoeker cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het hof, waarmee het verzoek tot schuldsanering definitief is afgewezen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot schuldsanering.

Uitspraak

5 september 2008
Eerste Kamer
07/12591
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.F. Laning,
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 23 maart 2007 ter griffie van de rechtbank te Rotterdam ingekomen verzoekschrift hebben [verzoeker] en [betrokkene 1], de echtgenote van [verzoeker] (hierna: [betrokkene 1]), zich gewend tot die rechtbank en verzocht de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft de rechtbank bij vonnis van 14 juni 2007 de verzoeken afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 9 oktober 2007 [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 september 2008.