ECLI:NL:HR:2008:BD5981
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt terugkeer kinderen bij internationale kinderontvoering ondanks beroep moeder
De Centrale Autoriteit heeft namens de vader een verzoek ingediend bij de rechtbank 's-Hertogenbosch om op grond van art. 12 van Pro het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV) de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige kinderen naar België te gelasten. De moeder heeft dit verzoek bestreden, maar de rechtbank heeft de terugkeer bevolen met een termijn tot 23 november 2007.
De moeder stelde hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de beschikking van de rechtbank op 27 februari 2008 bekrachtigde en de moeder verplichtte de kinderen uiterlijk 1 april 2008 terug te brengen naar België. Het hof wees verdere verzoeken van de moeder af, waaronder de toepassing van de weigeringsgronden van art. 13 lid 1 HKOV Pro.
De moeder stelde hiertegen beroep in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet onbegrijpelijk had geoordeeld dat de vader door het uitoefenen van zijn omgangsrecht blijk gaf zich de belangen van de kinderen aan te trekken en dat het niet aannemelijk was dat de vader met de kinderen naar Algerije zou vertrekken. De klachten van de moeder konden geen cassatie leiden en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de terugkeer van de kinderen naar België bevestigd.