ECLI:NL:HR:2008:BD7069

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/142HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 2 FaillissementswetArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden

Verzoeker heeft bij de rechtbank Roermond een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek bij vonnis af op grond van artikel 288 lid Pro 2, aanhef en onder b, van de Faillissementswet, omdat de schulden niet te goeder trouw waren ontstaan.

Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat het vonnis van de rechtbank bevestigde. Vervolgens stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen. De klachten van verzoeker konden niet leiden tot cassatie en er waren geen rechtsvragen die in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling beantwoord moesten worden. Daarmee bleef de afwijzing van de schuldsaneringsregeling definitief in stand.

Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt verworpen en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling blijft afgewezen.

Uitspraak

3 oktober 2008
Eerste Kamer
Nr. R07/142HR
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 5 februari 2007 ter griffie van de rechtbank Roermond ingediend verzoekschrift heeft [verzoeker] zich gewend tot die rechtbank en verzocht de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De rechtbank heeft bij vonnis van 21 februari 2007 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 25 juli 2007 het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 oktober 2008.