ECLI:NL:PHR:2008:BD7069
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden
Verzoeker diende een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling met een aanzienlijke schuldenlast, waaronder een grote schuld aan zijn voormalig werkgever en aan een bank. De rechtbank wees het verzoek af op grond van het niet te goeder trouw ontstaan van de schuld, waarbij werd geput uit eerdere civiele en strafrechtelijke uitspraken die het onrechtmatig onttrekken van gelden door verzoeker vaststelden.
In hoger beroep werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het hof overwoog dat de beoordeling van het verzoek tot schuldsanering rekening moet houden met alle omstandigheden, waaronder de belangen van schuldeisers, ook als geen contradictoire procedure plaatsvond. Het hof wees het verzoek af omdat de schulden niet te goeder trouw waren ontstaan en omdat verzoeker onvoldoende voorzichtigheid had betracht.
Verzoeker stelde in cassatie diverse klachten aan de orde, waaronder de onjuiste toepassing van de maatstaf voor goed vertrouwen, het buiten beschouwing laten van een arbeidsovereenkomst, en het ontbreken van een fair hearing. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat de rechter ruime beoordelingsvrijheid heeft bij de toepassing van art. 288 lid 2 Fw Pro en dat de belangen van schuldeisers meewegen. De afwijzing van het verzoek tot schuldsanering werd gehandhaafd.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen wegens het niet te goeder trouw ontstaan van schulden.