ECLI:NL:HR:2008:BD7081

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12327
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt wijziging hoofdverblijfplaats minderjarig kind naar vader

De zaak betreft een verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van het minderjarige kind bij hem vast te stellen. De moeder verzette zich hiertegen en vroeg een wijziging van de omgangsregeling. De rechtbank Zwolle-Lelystad wees de hoofdverblijfplaats toe aan de vader na advies van de Raad voor de Kinderbescherming. De moeder ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat de beschikking van de rechtbank bekrachtigde.

De moeder stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen dat het kind zijn hoofdverblijfplaats bij de vader heeft. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Hammerstein, Bakels en Asser en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het kind zijn hoofdverblijfplaats bij de vader heeft.

Uitspraak

26 september 2008
Eerste Kamer
07/12327
EV/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 15 maart 2006 ter griffie van de rechtbank Zwolle-Lelystad ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, te bepalen dat [kind 1] (het minderjarige kind van partijen) met ingang van het in deze te wijzen beschikking, zijn hoofdverblijfplaats zal hebben bij de man.
De vrouw heeft het verzoek bestreden en een zelfstandig verzoek tot wijziging van de omgangsregeling verzocht.
De rechtbank heeft na het horen van partijen de zaak aangehouden in afwachting van een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming. Na ontvangst van dat rapport en het advies van die Raad is de mondelinge behandeling voortgezet. Bij beschikking van 2 februari 2007 heeft de rechtbank bepaald dat de gewone verblijfplaats van [kind 1] voortaan bij de man is en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem (nevenzittingsplaats Leeuwarden).
Bij beschikking van 12 juli 2007 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 26 september 2008.