ECLI:NL:HR:2008:BD7085

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/116HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 FaillissementswetArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling en faillissementsverklaring na tussentijdse beëindiging

Verzoeker was bij vonnis van de rechtbank definitief toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. De rechter-commissaris deed een voordracht tot beëindiging van deze regeling. Verzoeker verzette zich hiertegen, maar de rechtbank beëindigde de regeling en bepaalde dat verzoeker van rechtswege failliet zou zijn zodra het vonnis in kracht van gewijsde zou treden.

Verzoeker ging in hoger beroep tegen dit vonnis, maar het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde het vonnis. Vervolgens stelde verzoeker beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

26 september 2008
Eerste Kamer
R07/116HR
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Ten aanzien van [verzoeker] is bij vonnis van de rechtbank Utrecht van 18 april 2006 de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.
De rechter-commissaris heeft een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
[Verzoeker] heeft het verzoek bestreden.
Na mondelinge behandeling van de zaak in aanwezigheid van de bewindvoerder en [verzoeker] heeft de rechtbank bij vonnis van 26 maart 2007 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd en verstaan dat [verzoeker] van rechtswege in staat van faillissement zal verkeren zodra dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, met benoeming van een rechter-commissaris en een curator in het faillissement.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 7 juni 2007 het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 26 september 2008.