ECLI:NL:HR:2008:BE9095

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01613
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 2 aanhef en onder b FWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden

Verzoeker heeft op 3 januari 2008 bij de rechtbank Alkmaar een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek bij vonnis van 17 januari 2008 af op grond van artikel 288 lid 2 aanhef Pro en onder b van de Faillissementswet, omdat de schulden niet te goeder trouw waren ontstaan.

Verzoeker ging in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank bij arrest van 4 april 2008 bekrachtigde. Vervolgens stelde verzoeker beroep in cassatie in tegen dit arrest.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen.

De beslissing bevestigt dat het niet te goeder trouw ontstaan van schulden een geldige grond is voor afwijzing van de schuldsaneringsregeling en dat handelingen na het indienen van het verzoekschrift hierbij kunnen worden betrokken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het verzoek tot schuldsaneringsregeling afgewezen.

Uitspraak

17 oktober 2008
Eerste Kamer
08/01613
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M. Oosterom.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 3 januari 2008 ter griffie van de rechtbank Alkmaar ingediend verzoekschrift heeft [verzoeker] zich gewend tot die rechtbank en verzocht ten aanzien van hem de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft de rechtbank bij vonnis van 17 januari 2008 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Het hof heeft de zaak mondeling behandeld op 26 februari en 14 maart 2008. Bij arrest van 4 april 2008 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 oktober 2008.