ECLI:NL:PHR:2008:BE9095
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw bij ontstaan schulden
De zaak betreft een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling door een vennoot van een vennootschap onder firma die een transportbedrijf exploiteert. De rechtbank wees het verzoek af omdat niet aannemelijk was dat de schuldenaar in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw was geweest ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden.
In hoger beroep werd dit oordeel bekrachtigd door het hof, dat oordeelde dat de overdracht van het bedrijf aan een besloten vennootschap zonder vergoeding onderdeel was van een plan om schulden achter te laten en het bedrijf voort te zetten, wat niet getuigt van goede trouw. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst cassatie af.
De Hoge Raad overweegt dat handelingen na het indienen van het verzoek niet bepalend zijn, maar dat het plan om de baten in een nieuwe vennootschap onder te brengen en schulden achter te laten, ook als een samenhangend geheel moet worden beoordeeld. Verder oordeelt de Hoge Raad dat het feit dat de curator de overdracht ongedaan kan maken niet afdoet aan het oordeel dat er geen goede trouw is.
Ook de motivering van het hof dat geen aanleiding is om de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw Pro toe te passen, wordt door de Hoge Raad onderschreven. Het faillissement van de vennootschap onder firma toont juist aan dat de schuldenaar geen controle heeft over het onbetaald blijven van de schulden.
De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat het cassatieberoep moet worden verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het niet aannemelijk maken van goede trouw bij het ontstaan of onbetaald laten van schulden.