ECLI:NL:HR:2008:BE9607
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontbreken opzet bij voordeel trekken uit bijstandsuitkering
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij was veroordeeld voor het opzettelijk trekken van voordeel uit een bijstandsuitkering die op onjuiste gronden was toegekend aan zijn partner.
Het Hof had bewezen verklaard dat verdachte en zijn partner samenwoonden en dat verdachte gebruik maakte van voorzieningen die geheel of gedeeltelijk werden bekostigd met de bijstandsuitkering van zijn partner. De verdachte zou zich bewust zijn geweest van de onjuiste gegevens die tot de onterechte uitkering hadden geleid.
De Hoge Raad oordeelde echter dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte wist dat zijn partner onjuiste gegevens had verstrekt en dat hij opzettelijk voordeel trok uit het door misdrijf verkregen geld. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.