ECLI:NL:PHR:2011:BQ5729
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling steunfraude wegens ontbreken wetenschap verdachte
In deze zaak stond verdachte terecht wegens het opzettelijk voordeel trekken uit steunfraude, gepleegd door zijn partner die een uitkering ontving op basis van valse informatie. Het hof Arnhem had verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, omdat hij een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde met zijn partner en daarom wetenschap zou hebben gehad van de fraude.
De Hoge Raad oordeelde echter dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte daadwerkelijk wist dat de uitkering door valsheid in geschrifte was verkregen. Het voeren van een gezamenlijke huishouding en het eigen inkomen van verdachte zijn onvoldoende om wetenschap van steunfraude aan te nemen. Ook ontbrak het aan concrete aanwijzingen van heimelijk handelen of verbloeming die op wetenschap konden duiden.
Daarnaast werd een middel verworpen dat betrekking had op het gebruik van een verklaring van de medeverdachte die niet tot het dossier behoorde. De Hoge Raad wees erop dat de raadsman geen verzoek tot aanvulling van het dossier had ingediend, waardoor dit middel niet tot cassatie kon leiden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor hernieuwde behandeling in hoger beroep. Hiermee werd het oordeel van het hof dat verdachte wetenschap had van de fraude verworpen, wat leidde tot het vervallen van de veroordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens ontbreken van wetenschap bij verdachte.