Conclusie
middelkomt met rechts- en motiveringsklachten op tegen de bewezenverklaring.
tweede klachtkan uit de gebezigde bewijsmiddelen niet volgen dat er sprake was van een gezamenlijke huishouding in de zin van art. 3 (oud) WWB. Er zou niet zijn voldaan aan het huisvestingscriterium en het verzorgingscriterium.
eerste klachtkan uit de gebezigde bewijsmiddelen niet worden opgemaakt dat de voorzieningen (huur, gas, water, elektra, eten en drinken) geheel of gedeeltelijk werden betaald van de door uitkeringsfraude verkregen uitkering van [medeverdachte] dan wel dat verdachte telkens wist dat die voorzieningen geheel of gedeeltelijk werden betaald met door misdrijf verkregen geld.
bij de Hoge Raad der Nederlanden