ECLI:NL:HR:2008:BF0261
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewezenverklaring doodslag en verkrachting te Gouda
De zaak betreft het beroep in cassatie van een verdachte die werd veroordeeld voor het opzettelijk doden en verkrachten van een vrouw te Gouda op 4 november 2001. Het hof had bewezenverklaard dat verdachte het slachtoffer met samendrukkend geweld op de hals heeft gedood en haar heeft verkracht, waarbij het hof zich baseerde op verklaringen, forensisch bewijs en DNA-sporen.
De verdediging voerde aan dat een derde persoon de doodslag had gepleegd, maar het hof oordeelde dat deze lezing onaannemelijk was gelet op het ontbreken van aanwijzingen voor een andere dader en de aanwezigheid van DNA-sporen van de verdachte. Ook de wisselende verklaringen van verdachte en het ontbreken van verzet van het slachtoffer werden meegewogen.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en geoordeeld dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is en voldoende is gemotiveerd. Het hof heeft uitvoerig en nauwgezet de argumenten van de verdediging onderzocht en terecht geconcludeerd dat verdachte het slachtoffer heeft gedood en verkracht. Het arrest bevestigt de bewezenverklaring en de rechtmatigheid van de veroordeling.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring en verwerpt cassatieberoep tegen veroordeling voor doodslag en verkrachting.