ECLI:NL:PHR:2008:BF0261
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens doodslag en verkrachting te Gouda met oogmerk op straffeloosheid
Op 4 november 2001 werd een vrouw te Gouda om het leven gebracht door middel van samendrukkend geweld op de hals, voorafgegaan door verkrachting. Verdachte werd door het hof veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf wegens doodslag en verkrachting met het oogmerk om straffeloosheid te verzekeren.
Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van verdachte, getuigenverklaringen, forensisch onderzoek van het NFI met DNA-sporen, letselanalyses en een sectierapport. De verdediging stelde dat een derde persoon de doodslag had gepleegd, maar het hof achtte dit onaannemelijk gezien het ontbreken van sporen van een ander en de inconsistenties in de verklaring van verdachte.
De Hoge Raad overwoog dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en dat de bewezenverklaring niet onbegrijpelijk was. De middelen van cassatie faalden, waaronder klachten over de motivering van het oogmerk en het gebruik van delen van de verklaring van verdachte. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling definitief bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot achttien jaar gevangenisstraf wegens doodslag en verkrachting.