ECLI:NL:HR:2008:BF0373
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- O. de Savornin Lohman
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering na ontslag op staande voet wegens verduistering
Eiser vorderde betaling van salaris vanaf 1 januari 2005 na ontslag op staande voet door verweerster wegens verduistering. De kantonrechter kende hem loon toe vanaf 24 januari 2005 tot rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente. Verweerster stelde hoger beroep in en het gerechtshof vernietigde het vonnis en wees de loonvordering af.
Eiser stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser geen aanleiding geven tot cassatie en dat het beroep moet worden verworpen. De Hoge Raad bevestigde daarmee de afwijzing van de loonvordering na het ontslag op staande voet wegens verduistering.
De Hoge Raad veroordeelde eiser tevens in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Hammerstein, de Savornin Lohman, Bakels en uitgesproken door Numann op 17 oktober 2008.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de loonvordering na ontslag op staande voet wegens verduistering.