ECLI:NL:HR:2008:BF0832
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak doodslag Rosmalense flatmoord
In deze zaak stond verdachte terecht voor doodslag op zijn vriendin door haar keel met een mes door te snijden. Het gerechtshof had verdachte veroordeeld en TBS met dwangverpleging opgelegd na ontslag van alle rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid.
Verdachte stelde in cassatie onder meer dat de voorzitter van het hof partijdig was vanwege eerdere beslissingen over zijn gevangenhouding. Ook werden diverse bewijsverweren en verzoeken tot aanvullend onderzoek afgewezen. Daarnaast werd het verweer dat verdachte door een tremor de halssnede niet kon hebben toegebracht verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd met oplegging van TBS met dwangverpleging.