ECLI:NL:PHR:2008:BF0832
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontslag van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid na doodslag vriendin
In deze zaak werd verdachte verdacht van doodslag op zijn vriendin door haar keel door te snijden met een mes. Het hof te 's-Hertogenbosch sprak verdachte vrij van straf wegens ontoerekeningsvatbaarheid en legde een maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging op.
Verdachte stelde meerdere middelen van cassatie in, waaronder een wrakingsverzoek tegen de voorzitter van het hof, bewijsverweren tegen deskundigenrapporten en de stelling dat verdachte door een tremor niet in staat zou zijn geweest het delict te plegen. De Hoge Raad oordeelde dat het wrakingsverzoek niet ontvankelijk was, de bewijsverweren ongegrond en dat het hof de motivering van zijn oordeel zorgvuldig had gegeven.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht had geoordeeld dat verdachte voldoende tijd had om het delict te plegen, ondanks zijn bewegingsarmoede, en dat het deskundigenonderzoek betrouwbaar was. Ook werd het verzoek tot nader onderzoek en het horen van extra getuigen afgewezen. De klacht over denaturering van een deskundigenverklaring werd eveneens verworpen. De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep faalt en het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; verdachte wordt ontslagen van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid en ter beschikking gesteld met TBS met dwangverpleging.