ECLI:NL:HR:2008:BF2082
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering gebruik anonieme getuigenverklaring
De Hoge Raad heeft op 9 december 2008 het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 22 oktober 2004 vernietigd. In deze strafzaak was verdachte veroordeeld voor het gezamenlijk plegen van geweld tegen het slachtoffer op 16 juli 2003 te Amsterdam, waarbij het slachtoffer een hersenschudding en andere letsels opliep.
De bewezenverklaring berustte onder meer op verklaringen van het slachtoffer, de verdachte zelf en twee anonieme getuigen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte nagelaten had de motivering te geven voor het gebruik van de verklaring van een anonieme getuige (een man), zoals vereist op grond van artikel 360, eerste lid, en artikel 344a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De verklaring van de vrouw van het slachtoffer werd niet als anoniem beschouwd omdat haar identiteit bekend was.
Omdat het hof niet had voldaan aan de motiveringsplicht omtrent het bewijs van de anonieme getuige, kon het arrest niet in stand blijven. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en zelfstandige beoordeling van de betrouwbaarheid van anonieme getuigenverklaringen door de rechter, en de noodzaak om dit expliciet te motiveren om nietigheid te voorkomen.
Uitkomst: Het arrest van het Gerechtshof Amsterdam is vernietigd wegens onvoldoende motivering van het gebruik van een anonieme getuigenverklaring en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting.