ECLI:NL:PHR:2008:BF2082
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak wegens onvoldoende motivering anonieme getuigenverklaringen en schending redelijke termijn
In deze zaak werd verzoeker door het hof Amsterdam veroordeeld voor openlijke geweldpleging tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en geldboete. Verzoeker stelde cassatie in tegen het vonnis, met als hoofdpunten de schending van het recht op een redelijke termijn en het gebruik van anonieme getuigenverklaringen zonder de vereiste motivering.
De Hoge Raad oordeelde dat het openbaar ministerie onvoldoende voortvarendheid heeft betracht bij het betekenen van de verstekmededeling, waardoor sprake is van schending van de redelijke termijn. Dit leidt tot strafvermindering. Daarnaast concludeerde de Hoge Raad dat het hof in strijd met art. 360, eerste lid, Sv heeft gehandeld door twee anonieme getuigenverklaringen te gebruiken zonder de wettelijk voorgeschreven motivering en onafhankelijk onderzoek naar de betrouwbaarheid.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden vonnis voor wat betreft de strafoplegging, vermindert de straf en verwerpt het beroep voor het overige. De zaak benadrukt het belang van zorgvuldige motivering bij bewijsgebruik en de naleving van procesrechtelijke termijnen.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het hofvonnis deels wegens onvoldoende motivering van anonieme getuigenverklaringen en schending van de redelijke termijn, met strafvermindering tot gevolg.