ECLI:NL:HR:2008:BF3185
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest Hof Amsterdam wegens onjuiste toepassing redelijke termijn
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 16 december 2008 uitspraak gedaan over een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 25 september 2006. Het geschil betrof de toepassing van het beginsel van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM.
De Advocaat-Generaal stelde een middel van cassatie voor waarin werd betoogd dat het Hof ten onrechte de overschrijding van de redelijke termijn als gevolg had dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk werd verklaard in de vervolging. De Hoge Raad bevestigde dat overschrijding van de redelijke termijn niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, verwijzend naar eerdere jurisprudentie.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam of een aangrenzend hof voor hernieuwde berechting en afdoening op het bestaande hoger beroep. De uitspraak werd gewezen door vice-president F.H. Koster en raadsheren J.P. Balkema en W.M.E. Thomassen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onjuiste toepassing van de redelijke termijn.