ECLI:NL:HR:2008:BF3198
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onjuiste toepassing redelijke termijn in strafzaak
In deze cassatieprocedure heeft de Advocaat-Generaal bij het Hof een middel voorgesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 25 september 2006. Het geschil betreft de toepassing van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte de overschrijding van de redelijke termijn heeft verbonden aan de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging. Dit oordeel is in strijd met eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad, waaronder het arrest van 3 oktober 2000 (LJN AA7309).
Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, zodat deze op het bestaande hoger beroep opnieuw kan worden berecht en afgedaan. De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 16 december 2008.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onjuiste toepassing van het redelijke termijnbeginsel.