ECLI:NL:HR:2008:BF3299
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering van de opgelegde profijtontneming wegens overschrijding redelijke termijn
In deze zaak heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over een beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene had beroep ingesteld tegen de opgelegde betalingsverplichting.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden. Hoewel deze overschrijding niet leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie, is dit wel reden om de hoogte van de betalingsverplichting te verminderen.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest voor zover het de hoogte van het bedrag betrof en stelde het te betalen bedrag vast op € 32.400,-. Voor het overige werd het beroep verworpen. Hiermee werd recht gedaan aan het beginsel van redelijke termijn zonder het gehele proces te frustreren.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de betalingsverplichting tot € 32.400,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.