3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Bursa heeft in januari 1997 aan Güris c.s. opdracht gegeven tot uitvoering van de eerste fase van de bouw van een tweebaans spoorsysteem in de stad Bursa, Turkije.
(ii) De desbetreffende overeenkomst bevat een arbitrageclausule, ingevolge welke geschillen zullen worden beslecht door middel van arbitrage volgens de Rules of Arbitration 1998 van de International Chamber of Commerce (ICC). De (juridische) plaats van arbitrage is Den Haag. Het Nederlandse procesrecht is van toepassing voor zover de ICC-rules geen regeling geven.
(iii) Ter beslechting van een geschil over een vordering van Güris c.s. tot betaling van DM 39,4 miljoen hebben Güris c.s. en Bursa onderscheidenlijk I. Ayar en R. Hoca tot arbiter benoemd. Deze beiden hebben als derde arbiter, tevens voorzitter, aangewezen A.N. Ortan.
(iv) Nadat in de arbitragezaak schriftelijk debat en mondelinge behandeling hadden plaatsgevonden, is op 9 januari 2002 een bespreking belegd ten kantore van Ortan in Istanbul, teneinde het door Ortan vervaardigde conceptvonnis te bespreken en als vonnis vast te stellen.
(v) In de middag van 9 januari 2002 heeft Ortan te zijnen kantore het concept met Hoca besproken. Zij beiden hebben toen het vonnis overeenkomstig het concept vastgesteld.
(vi) Ayar was daarbij niet aanwezig. Op de ochtend van die dag was hij bij Ortan langsgegaan om, naar zijn zeggen, te melden dat hij 's middags niet aanwezig kon zijn omdat hij de volgende dag in het ziekenhuis in Ankara moest worden opgenomen. Ortan heeft hem die middag nogwelgebeld.
(vii) Op 9 januari 2002 heeft Ortan het concept ter goedkeuring toegezonden aan het International Court of Arbitration (ICA) in Parijs. Diezelfde dag verzocht Ayar het ICA uitstel voor het indienen van een conceptvonnis. De dag daarop deelde hij de ICC mee dat geen beraadslagingen tussen arbiters hadden plaatsgevonden; op 14 januari 2002 liet hij aan de ICC weten het vonnis niet te zullen ondertekenen en, na ontvangst van het vonnis, een dissenting opinion te zullen toezenden.
(viii) Op 22 februari 2002 heeft het ICA het conceptvonnis goedgekeurd. Blijkens de vermelding in het vonnis is het op 23 februari 2002 gewezen en door Ortan en Hoca ondertekend; in werkelijkheid zal deze ondertekening wel een aantal dagen later hebben plaatsgevonden. Ayar heeft het vonnis niet ondertekend; hij heeft een dissenting opinion, gedateerd 25 maart 2002, aan de ICC toegestuurd.
(ix) Op 28 maart 2002 heeft de ICC het origineel van het vonnis van 23 februari 2002 en een kopie van de dissenting opinion van Ayar aan partijen toegezonden.
(x) Op 19 augustus 2003 heeft Ortan het arbitrale vonnis tezamen met een afzonderlijke door hem en Hoca ondertekende verklaring, waarin wordt uiteengezet dat en waarom Ayar het vonnis niet heeft ondertekend, ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage gedeponeerd.