Conclusie
1.Feiten en procesverloop
allearbiters bevatte en dat dit vonnis vervolgens, zonder de noodzakelijke handtekeningen, is gedeponeerd bij de rechtbank te Amsterdam. [9]
2.Bespreking van het cassatiemiddel
NJ2011/131 m.nt. JBMV) gegeven criterium dat opzettelijk of bewust roekeloos is gehandeld dan wel met kennelijke grove miskenning van hetgeen een behoorlijke taakvervulling meebrengt. Dit in cassatie bestreden oordeel van het hof luidt als volgt:
inhoudelijke beslissing, en niet voor een totstandkomingsgebrek als hier aan de orde, namelijk het ontbreken van de vereiste ondertekening door alle arbiters (zie ook s.t. nr. 4.1). Het onderdeel preciseert niet met zoveel woorden welk criterium dan wel zou moeten gelden, doch stelt enkel dat er “niet slechts” sprake kan zijn van aansprakelijkheid bij opzettelijk (etc.) handelen. In de schriftelijke toelichting wordt de toepasselijkheid van “een andere, ruimere maatstaf” bepleit (s.t. nr. 4.6). Niet duidelijk wordt of dat de ‘gewone’ aansprakelijkheidsnorm voor beroepsbeoefenaars – die van de redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot – zou moeten zijn (vgl. s.t. nr. 3.6.1).
NJ2009/6 heeft overwogen (rov. 3.8.4), het ondertekenen van een arbitraal vonnis niet louter een vormvoorschrift is, maar een van de essentialia daarvan.
inhoudelijkebeoordeling van arbiters – die inderdaad niet tot aansprakelijkheid moet leiden –, maar dat het in dit geval gaat om schending van een wettelijke verplichting waaraan geen inhoudelijke toets te pas komt. [15]
algemeneaansprakelijkheidsnorm voor arbiters, zonder enige beperking, aldus [verweerder]. [16]
“de strenge Greenworld-norm slechts geldt voor een inhoudelijke beoordelingsfout”en niet voor de schending van een dwingendrechtelijk voorschrift (rov. 2.5). De rechtbank heeft ter zake overwogen dat de aansprakelijkheid van arbiters voor schade voortvloeiend uit vernietiging van het door hen gewezen arbitraal vonnis moet worden beoordeeld aan de hand van de Greenworld-norm (rov. 2.7) en is tot het oordeel gekomen dat in casu geen sprake is van handelen van [verweerder] in strijd met die norm (rov. 2.8).
“grove schuld in de zin van het Greenworld-arrest”. [19] Haar
grief 1aluidt dat de rechtbank “ten onrechte heeft bepaald dat er geen sprake is van grove schuld” aan de zijde van [verweerder]. Ook de toelichting strekt geheel tot betoog dat de onderhavige schending van de wettelijke verplichting betreffende het handtekeningenvereiste kwalificeert als grove schuld in de zin van genoemd arrest. [20]
inhoudelijkebeoordelingsfouten van arbiters (standpunt Qnow) of voor fouten van arbiters in het algemeen (standpunt [verweerder])? De rechtbank heeft het standpunt van Qnow verworpen. Gelet op de tekst van en de toelichting bij grief 1a (vii) alsmede het ontbreken van enige argumentatie betreffende het door de rechtbank aanvaarde toepassingsgebied van de Greenworld-norm, kan mijns inziens niet anders worden geconcludeerd dan dat Qnow in hoger beroep niet is opgekomen tegen het oordeel van de rechtbank op dit punt. Ook [verweerder] heeft de omvang van het appel aldus opgevat (viii). Waar tegen het oordeel van de rechtbank dienaangaande geen grief was gericht – welke lezing aansluit bij de stellingen van Qnow ter zitting van de rechtbank van 16 april 2013 (v) – laat zich dan ook verdedigen dat het toepassingsgebied van de Greenworld-norm buiten de rechtsstrijd van partijen in appel lag en dat het hof aan het oordeel van de rechtbank op dit punt gebonden was. Onderdeel 1 kan dan niet tot cassatie leiden. [23]
arbitersmaakt het Greenworld-arrest in elk geval ook het nodige duidelijk. Ten
eersteblijkt uit dit arrest dat een na instelling van een rechtsmiddel onjuist bevonden arbitrale
beslissingkan leiden tot aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad, waarbij de maatstaf luidt dat van een zodanige aansprakelijkheid slechts daadwerkelijk sprake kan zijn wanneer de betrokken arbiter(s) met opzet of bewuste roekeloosheid hebben gehandeld, dan wel met kennelijke grove miskenning van hetgeen een behoorlijke taakvervulling meebrengt.
tweedekan uit het Greenworld-arrest de les worden getrokken dat de enkele vernietiging van een arbitraal vonnis (op grond van art. 1065 lid 1 sub a Rv Pro) niet (zonder meer) tot schadeplichtigheid van de betreffende arbiters leidt. Wat anders gezegd: een gebrek aan het vonnis dat zodanig ernstig is dat het dit vonnis aan vernietiging blootstelt, impliceert nog niet dat de daarvoor verantwoordelijke arbiters hebben gehandeld met kennelijke grove miskenning van hetgeen een behoorlijke taakvervulling meebrengt (of met opzet of bewuste roekeloosheid).
niet(rechtstreeks) hun ‘(scheids)rechtsprekende’ taak betreffen. Naar mijn mening moet het antwoord op die vraag ontkennend luiden. Ik zal hieronder toelichten dat de Greenworld-maatstaf naar mijn mening uitsluitend geldt voor
rechtsprekendehandelingen in enge zin, die een
inhoudelijke beoordelingbehelzen, en zal daarna tevens aangeven met welke maatstaf die ‘andere’, niet-rechtsprekende, handelingen dan wel beoordeeld moeten worden.
beslissing” opzettelijk of bewust roekeloos heeft gehandeld dan wel met kennelijke grove miskenning van een behoorlijke taakvervulling. De Greenworld-maatstaf is aldus gegeven voor handelingen die een
inhoudelijke beoordelingimpliceren.
eersteblijkt ook uit de literatuur over het leerstuk van aansprakelijkheid voor
overheidsrechtspraakdat er voor wat betreft dat aansprakelijkheidsregime onderscheid moet worden gemaakt tussen rechtsprekend en niet-rechtsprekend – meer als administratief of (juist puur) feitelijk te karakteriseren – handelen [32] , en dat het leerstuk van onrechtmatige rechtspraak, zoals de term al impliceert, enkel op eerstgenoemd handelen betrekking heeft. Mede gelet op de door de Hoge Raad in het Greenworld-arrest benadrukte verwantschap tussen arbiters- en rechterlijke aansprakelijkheid meen ik dat dit onderscheid ook in het kader van arbitersaansprakelijkheid voor ogen moet worden gehouden – óók voor de wijze waarop de Greenworld-uitspraak begrepen moet worden. Steun voor deze gedachte kan (impliciet) worden gevonden waar in de literatuur, zonder verwijzing naar de Greenworld-norm, wordt opgemerkt dat arbiters persoonlijk aansprakelijk zijn voor schade (vertraging in de tenuitvoerlegging van het vonnis) wanneer zij niet voldoen aan de plicht om tijdig het vonnis aan partijen te verzenden en/of de plicht om het vonnis (tijdig) te deponeren. [33]
tweedebiedt deze lijn van denken – dat het leerstuk van onrechtmatige (scheids)rechtspraak en ook het Greenworld-arrest enkel betrekking heeft op onrechtmatige inhoudelijke beoordelingen/beslissingen – ook een verklaring voor het gegeven dat de rechtspraak van Uw Raad inzake (kort gezegd) staatsaansprakelijkheid wegens het overschrijden door overheidsrechters van het ‘redelijke termijn’ voorschrift van art. 6 EVRM Pro, niet refereert aan het hier besproken terughoudende criterium. [34] Dat houdt er vermoedelijk verband mee dat hier weliswaar sprake is van rechterlijk handelen, maar de staat niet wordt aangesproken wegens een inhoudelijk onjuiste beoordeling door diens rechters. Zoals ook W.D.H. Asser schrijft in zijn annotatie bij het arrest van de Hoge Raad 28 maart 2014 [35] :
Deze problematiek[de in nr. 1 van zijn annotatie besproken terughoudende norm; A-G]
speelt niet bij de schending van art. 6 EVRM Pro die bestaat in overschrijding van de redelijke termijn. Voor de aansprakelijkheid daarvoor behoeven niet die strenge aansprakelijkheidscriteria te worden aangelegd, want de aansprakelijkheidsgrond is, algemeen gesproken, niet zozeer gelegen in een juridische (beoordelings)fout van de rechter maar in de garantie die de Staat geeft dat het proces binnen redelijke termijn verloopt.”
derdeplaats geldt dat het ook inhoudelijk juist voorkomt om, voor wat betreft de maatstaven voor het aannemen van aansprakelijkheid, in het kader van arbitrage onderscheid te maken tussen rechtsprekend en niet rechtsprekend handelen. Wanneer immers een rechter als gevolg van een onrechtmatige daad jegens een derde schade veroorzaakt
die niet het gevolg is van een rechterlijke uitspraak, [36] dan kan, zo wordt doorgaans uit art. 42 lid 1 Wet Pro rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra) afgeleid, de Staat (en niet de rechter) wel degelijk tot vergoeding van die schade worden aangesproken, zonder dat dan de strenge Greenworld-maatstaf geldt. Art. 42 Wrra Pro luidt, voor zover hier van belang:
bad faithwas uitgesloten, en was voorts ingegeven door de verwachting dat niet alle arbiters over een (afdoende) verzekeringsdekking beschikken. De bepaling luidde: [41]
nietheeft gewild, biedt het voorgestelde art. 1069B in elk geval geen aanknopingspunt om anders aan te kijken tegen de hiervoor verdedigde uitleg van het Greenworld-arrest.
bad faithof kwade trouw wordt genoemd, [43] , [44] terwijl ik zou menen dat categorie grof plichtsverzuim minder focust op de verwijtbaarheid van de laedens, maar meer op de aard en de objectieve ernst van de gedraging.
niet-gebrekkigvonnis raakt mijns inziens aan de kern van de opdracht die de arbiters op zich hebben genomen jegens diegenen die van hen een oordeel verwachten. De arbiters zijn verplicht mee te werken aan het definitief tot een einde brengen van het geschil, hetzij door een minnelijke regeling, hetzij door het wijzen van een vonnis. [47] Met het afgeven van een voor vernietiging vatbaar vonnis kan in het algemeen niet gezegd worden dat men zich van die verplichting heeft gekweten.