ECLI:NL:HR:2008:BG1816
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over beslag op aandeel mede-eigenaar in onroerende zaken bij belastinginvordering
In deze zaak vorderen eisers, bestaande uit een echtpaar, opheffing van executoriaal beslag dat de Ontvanger van de Belastingdienst heeft gelegd op onroerende zaken waarvan zij mede-eigenaar zijn. De voorzieningenrechter en het hof hebben de vorderingen afgewezen. Het hof oordeelde dat de Ontvanger slechts beslag had mogen leggen op het aandeel van de belastingschuldige en niet op dat van zijn echtgenote.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het beslag op de mede-eigendom niet onrechtmatig zou zijn, mede gelet op het proces-verbaal van beslaglegging. De Hoge Raad benadrukt dat beslag moet worden gespecificeerd op het vermogensrecht van de schuldenaar, en dat beslag op een aandeel van een mede-eigenaar niet zonder meer kan worden uitgebreid.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Ontvanger in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee wordt het belang van een zorgvuldige en correcte beslaglegging op mede-eigendommen bij belastinginvordering onderstreept.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met nadruk op juiste specificatie van beslag op het aandeel van de schuldenaar.