ECLI:NL:HR:2001:AB0805
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot beslaglegging op woning binnen ontbonden huwelijksgemeenschap
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of het conservatoir beslag dat door LISV was gelegd op een woning, die onderdeel was van een ontbonden huwelijksgemeenschap, kon worden geconverteerd in beslag op het aandeel van één van de deelgenoten.
De woning was toebedeeld aan verweerster na ontbinding van het huwelijk en verdeling van de gemeenschap. LISV had beslag gelegd op de volle eigendom van de woning ten laste van betrokkene A, de ex-echtgenoot, vanwege terugvordering van onterecht ontvangen werkloosheidsuitkeringen.
De rechtbank wees de vordering tot opheffing van het beslag af, maar het hof vernietigde dit en beval opheffing van het beslag, met een dwangsom voor LISV bij niet-naleving. LISV stelde cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat het beslag niet kon worden geconverteerd in beslag op het aandeel van betrokkene A in de gemeenschap. Het beslag was gelegd op de volle eigendom, wat niet aan betrokkene A toebehoorde. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde LISV in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van LISV wordt verworpen en het beslag op de woning wordt opgeheven.