ECLI:NL:HR:2008:BG2130

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01549/07 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • J.W. Ilsink
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 315 SvArt. 328 SvArt. 330 SvArt. 511g SvArt. 415 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid wegens verzuim beslissing op getuigenverzoek in profijtontnemingszaak

In deze cassatieprocedure stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal. De betrokkene had in hoger beroep een verzoek ingediend om de verbalisanten, met name een specifieke verbalisant, als getuigen te horen. Dit verzoek was gebaseerd op artikel 315 jo Pro. artikel 328 Sv Pro, waardoor een uitdrukkelijke beslissing vereist was.

Het hof had echter nagelaten om op dit verzoek te beslissen, noch in het proces-verbaal van de terechtzitting, noch in het arrest werd hierop ingegaan. Dit verzuim leidde tot nietigheid van het bestreden arrest op grond van artikel 330 jo Pro. artikelen 511g en 415 Sv.

De Hoge Raad oordeelde dat dit verzuim terecht was aangevoerd en vernietigde het arrest van het hof. De zaak werd terugverwezen naar het Gerechtshof te Arnhem voor een nieuwe behandeling en beslissing op het bestaande hoger beroep, waarbij het getuigenverzoek alsnog in behandeling moet worden genomen.

De uitspraak benadrukt het belang van een uitdrukkelijke beslissing op getuigenverzoeken in strafprocedures en bevestigt de sanctie van nietigheid bij het nalaten daarvan.

Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd wegens het ontbreken van een uitdrukkelijke beslissing op het getuigenverzoek, en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

16 december 2008
Strafkamer
nr. 01549/07 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 18 januari 2007, nummer 21/002510-05, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[Betrokkene], geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben mr. G.P. Hamer en mr. B.P. de Boer, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het bestreden arrest zal vernietigen en de zaak zal verwijzen naar het Hof dan wel een aangrenzend Gerechtshof, opdat de zaak op het bestaande beroep opnieuw zal worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof heeft verzuimd te beslissen op een verzoek van de verdediging tot het horen van de verbalisanten die de betrokkene hebben verhoord.
2.2. De aan het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 4 januari 2007 gehechte pleitnota van de raadsman van de betrokkene houdt in:
"Mocht u (...) anders denken over het gebruik van de verklaringen van cliënt, dan verzoek ik u (...) een tussenarrest te wijzen teneinde de verbalisanten (en dan met name [verbalisant 1]) als getuigen voor een nieuw te bepalen zittingsdatum op te roepen."
2.3. Aldus is een verzoek gedaan als bedoeld in art. 315 in Pro verbinding met art. 328 Sv Pro tot het horen van een of meer getuigen, zodat een uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek was vereist. Noch het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 4 januari 2007, noch het bestreden arrest houdt een beslissing in op dit verzoek. Dat verzuim heeft ingevolge art. 330 in Pro verbinding met de art. 511g en 415 Sv nietigheid tot gevolg. Het middel is terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Arnhem,
opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 16 december 2008.