Conclusie
Nummer22/04419
Bewezenverklaring en bewijsvoering, verweer en verzoek, beslissing op verzoek
hij op 12 augustus 2020, in de gemeente [plaats] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om geld en/of goederen van zijn gading, dat aan een ander toebehoorde, te weten aan [aangever] , weg te nemen (vanuit een op of aan de [a-straat] geparkeerde bedrijfsbus) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, opzettelijk een ruit van genoemde bedrijfsbus heeft ingegooid en (vervolgens) via de aldus ontstane opening heeft getracht een deur van die bedrijfsbus te openen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.’
1. Een proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 12 augustus 2020 (…), inhoudende:
as a whole’) nog voldoet aan het in artikel 6 EVRM Pro gewaarborgde recht op een eerlijk proces. Naar het oordeel van het hof is dit het geval. Verdachte heeft immers ruimschoots gelegenheid gehad om eerder in de procedure onderzoekswensen in te dienen.’
Bespreking van het middel
Implicaties van de uitspraak van het EHRM voor beslissingen op verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen