ECLI:NL:HR:2008:BG3590
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden
Verzoeker heeft op 9 januari 2008 bij de rechtbank Zwolle-Lelystad een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek bij vonnis van 8 april 2008 af. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis op 7 augustus 2008 bekrachtigde.
Vervolgens stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling terecht was afgewezen wegens het niet te goeder trouw laten ontstaan van schulden zoals bedoeld in artikel 288 lid 1 aanhef Pro en onder b van de Faillissementswet.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt verworpen en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen wegens het niet te goeder trouw ontstaan van schulden.