ECLI:NL:HR:2008:BG4411
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen beschikking hoger beroep buiten behandeling te laten
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de voorzitter van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarbij het ingestelde hoger beroep buiten behandeling werd gelaten. De advocaat van de verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, maar de Advocaat-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Hoge Raad heeft vervolgens het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal in overweging genomen. Volgens artikel 445 van Pro het Wetboek van Strafvordering staat beroep in cassatie tegen beschikkingen slechts open in de gevallen die in dat wetboek zijn bepaald. Omdat het wetboek geen bepaling bevat die cassatie openstelt tegen een beschikking als bedoeld in artikel 410a, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, kan het beroep van de verdachte niet worden ontvangen.
De Hoge Raad heeft daarom het beroep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard en dit bij beschikking uitgesproken op 23 december 2008. De beslissing bevestigt de beperkte mogelijkheden tot cassatie tegen bepaalde beslissingen van de voorzitter van het gerechtshof.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan wettelijke grondslag.