ECLI:NL:HR:2009:BG6595
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen beschikking hoger beroep buiten behandeling te laten
In deze zaak is een cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de voorzitter van het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin een ingesteld hoger beroep buiten behandeling werd gelaten op grond van artikel 410a, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De verdachte, vertegenwoordigd door mr. W.H. Jebbink, heeft middelen van cassatie voorgesteld tegen deze beschikking.
De Procureur-Generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Hoge Raad overweegt dat op grond van artikel 445 van Pro het Wetboek van Strafvordering beroep in cassatie tegen beschikkingen alleen openstaat in de gevallen die in dat wetboek zijn bepaald. Omdat in het wetboek geen bepaling is opgenomen die cassatie tegen een beschikking als bedoeld in artikel 410a, vierde lid, Sv toestaat, kan de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het beroep.
De Hoge Raad bevestigt hiermee de rechtspraak dat tegen een beschikking van de voorzitter van het gerechtshof om een hoger beroep buiten behandeling te laten geen cassatieberoep openstaat. De beschikking is gegeven door de vice-president F.H. Koster en raadsheren B.C. de Savornin Lohman, J.W. Ilsink, H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, en uitgesproken op 31 maart 2009.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen de beschikking van de voorzitter van het gerechtshof geen cassatieberoep openstaat.