ECLI:NL:HR:2008:BG5207
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring opzet tot poging tot doodslag ondanks verzoek nader onderzoek
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte met opzet heeft geschoten op het slachtoffer, waarmee poging tot doodslag werd bewezen verklaard door het hof Amsterdam. Verdachte stelde in hoger beroep dat het opzet niet onvoorwaardelijk kon worden bewezen en betoogde dat er slechts sprake kon zijn van voorwaardelijk opzet. Hij verzocht het hof om nader onderzoek te laten verrichten naar de kans dat een vuurwapen onbedoeld zou afgaan tijdens een worsteling.
Het hof verwierp dit verzoek en oordeelde dat het verzoek voorwaardelijk was gesteld, namelijk alleen indien het hof voorwaardelijk opzet zou aannemen. Omdat het hof voorwaardelijk opzet niet aannam, was het verzoek niet ontvankelijk en hoefde het hof er niet op te beslissen. Het hof achtte bewezen dat verdachte met opzet van korte afstand op het slachtoffer had geschoten, onderbouwd met verklaringen van het slachtoffer en een getuige.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep. De Hoge Raad vond het niet onbegrijpelijk dat het hof niet op het verzoek tot nader onderzoek had beslist, omdat de aan het verzoek verbonden voorwaarde niet was vervuld. Daarmee bleef de bewezenverklaring van opzet en poging tot doodslag in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de bewezenverklaring van opzet tot poging tot doodslag.