ECLI:NL:HR:2008:BG6299
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling medeplegen vernieling
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een onherroepelijk vonnis van de politierechter te Zwolle-Lelystad, waarin de aanvrager werd veroordeeld tot een geldboete van €230 wegens medeplegen van vernieling. Uit een brief van de hoofdofficier van justitie blijkt dat sprake is van een persoonsverwisseling: een andere persoon gebruikte de personalia van de aanvrager bij zijn aanhouding en de politie heeft dit niet geverifieerd.
Hierdoor werd de dagvaarding aan de verkeerde persoon uitgereikt, die niet is verschenen bij de politierechter, wat leidde tot een verstekvonnis op naam van de aanvrager. Na betaling van een gerechtsdeurwaardersvordering kwam de aanvrager erachter dat hij ten onrechte was veroordeeld en vroeg hij om onderzoek.
De Hoge Raad concludeert dat deze persoonsverwisseling een omstandigheid vormt als bedoeld in artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, Sv, en dat de politierechter, indien hij van deze feiten op de hoogte was geweest, de aanvrager waarschijnlijk vrijgesproken zou hebben. Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak voor herbehandeling naar het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.