ECLI:NL:PHR:2010:BO6399
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling voor drugsdelicten
Aanvrager werd bij onherroepelijk vonnis van 6 juni 2008 door de politierechter veroordeeld voor meerdere overtredingen van de Opiumwet en kreeg een gevangenisstraf van tien maanden opgelegd. Later kwam aan het licht dat sprake was van een persoonsverwisseling: de persoon die destijds was aangehouden en als verdachte werd aangemerkt, gebruikte zonder legitimatie de identiteit van aanvrager.
Dit bleek uit een callbericht en onderzoek door een opsporingsambtenaar, die constateerde dat de foto van aanvrager niet overeenkwam met de aangehouden persoon. De officier van justitie bevestigde dat aanvrager ten onrechte als verdachte was geregistreerd. Daarnaast werd vastgesteld dat de aanhouding plaatsvond zonder juiste identificatie en dat aanvrager niet op de terechtzitting verscheen.
De Hoge Raad acht deze feiten en omstandigheden voldoende om de aanvraag tot herziening op grond van art. 457 lid 1 sub Pro 2 Sv gegrond te verklaren. De tenuitvoerlegging van het vonnis wordt geschorst of opgeschort en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor een nieuwe behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor herbehandeling.