ECLI:NL:HR:2009:AZ7364
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over toepassing ijzerenvoorraadstelsel en samenhangende waardering in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een onderdeel van een internationaal concern actief in de verwerking en distributie van landbouwproducten, kreeg voor het jaar 1996/1997 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Deze aanslag werd na bezwaar verminderd, maar het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de uitspraak van de Inspecteur. De Staatssecretaris stelde daarop cassatieberoep in.
De kern van het geschil betrof de vraag of het ijzerenvoorraadstelsel correct werd toegepast op de normale voorraad cacaobonen, waarbij het Hof oordeelde dat het stelsel mocht worden toegepast op de normale technische voorraad. De Hoge Raad stelde dat het ijzerenvoorraadstelsel slechts mag worden toegepast op het volume van de normale voorraad waarvoor prijsrisico wordt gelopen, wat lager kan zijn dan de normale technische voorraad.
Daarnaast ging het geschil over de fiscale behandeling van ongerealiseerde winsten en verliezen op voorverkopen, voorinkopen, futures en valutatermijncontracten. Het Hof oordeelde dat deze posten samenhangen en dat ongerealiseerde verliezen alleen in aanmerking mogen worden genomen als er per saldo een verlies is. De Hoge Raad vond dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd of het prijsrisico op balansdatum in hoge mate beperkt was en dat het oordeel over de valutatermijncontracten onbegrijpelijk was.
De Hoge Raad verklaarde zowel het principale als het incidentele cassatieberoep gegrond, vernietigde het arrest van het Hof, en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof Amsterdam en verwijst zaak terug voor nieuwe behandeling met inachtneming van zijn arrest.