ECLI:NL:HR:2009:AZ7931
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over bewijslastverdeling bij verlaagd accijnstarief voor gekleurde gasolie
Belanghebbende, een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd wegens het leveren van gekleurde gasolie tegen het verlaagde tarief aan afnemers waarvan de gegevens niet bekend waren. De inspecteur stelde dat niet was voldaan aan de voorwaarden voor het verlaagde tarief en legde naheffing op volgens het gewone tarief.
Het hof verwierp het beroep van belanghebbende en oordeelde dat deze niet aannemelijk had gemaakt dat de gasolie voor toegestane doeleinden was gebruikt. Belanghebbende stelde in cassatie dat het voor een vergunninghouder niet redelijk is om te moeten bewijzen dat de gasolie daadwerkelijk voor toegestane doeleinden wordt gebruikt, mede omdat beschikbare gegevens bij uitslag onvoldoende bewijs bieden.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewijslast in redelijkheid op de inspecteur moet rusten, omdat het toezicht- en controlesysteem op accijnsgoederen het mogelijk maakt dat de inspecteur de daadwerkelijke aanwending kan controleren. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en de naheffingsaanslag, en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en stelt dat de bewijslast voor het toegestane gebruik van gekleurde gasolie op de inspecteur rust.