ECLI:NL:PHR:2009:AZ7931
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing verlaagd accijnstarief op rode gasolie en bewijslastverdeling bij levering aan anonieme afnemers
De zaak betreft een cassatieberoep van X B.V. tegen een naheffingsaanslag accijns op rode gasolie die zij vanuit een accijnsgoederenplaats (AGP) leverde aan afnemers waarvan geen NAW-gegevens bekend waren. De inspecteur berekende de accijns tegen het reguliere tarief en legde een naheffingsaanslag op, terwijl belanghebbende de accijns had voldaan tegen het verlaagde tarief. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat voldaan was aan de voorwaarden voor het verlaagde tarief.
De Hoge Raad bevestigt dat het verlaagde tarief van artikel 27, derde lid, van de Wet op de accijns een uitzondering is op het reguliere tarief en dat de bewijslast rust op de vergunninghouder om aannemelijk te maken dat de gasolie bestemd is voor het gebruik waarvoor het verlaagde tarief geldt. De accijnsheffing sluit aan bij het moment van uitslag uit de AGP, waarbij het toekomstige gebruik bepalend is. Het ontbreken van NAW-gegevens van afnemers betekent niet automatisch dat het verlaagde tarief niet van toepassing is, maar belanghebbende heeft onvoldoende andere bewijsstukken geleverd.
Belanghebbende voerde verder aan dat de Nederlandse regeling in strijd is met Europese richtlijnen en het gelijkheidsbeginsel, en dat de controlemaatregelen de werking van het verlaagde tarief uithollen. De Hoge Raad oordeelt dat de regeling en controlemaatregelen verenigbaar zijn met het EU-recht en dat effectieve controles noodzakelijk zijn om fraude te voorkomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag wegens onvoldoende bewijs voor het verlaagde accijnstarief.