Conclusie
1.Overzicht
Vooraf
2.Beoordeling van de middelen
Middel 1 en middel 2
De inspecteur is niet in staat met feiten te bewijzen wie er wanneer (en waarom) er voor heeft gezorgd dat de op het controlemoment op het schip aangetroffen gasolie niet voldoet aan de eisen voor vrijstelling van accijns. Het feit dat de gasolie niet voldoet is echter feitelijk vastgesteld, met de controle en de laboratoriumanalyse. Een verdergaand onderzoek door de inspecteur in de keten van leveranciers voorafgaand aan deze controle op het schip met de verwachting bij hen iets te vinden over de herkomst van deze gasolie heeft dan geen relevantie. Uit de bunkerbonnen blijkt alleen dat gasolie die aan de eisen voor vrijstelling voldoet aan het schip onveraccijnsd is geleverd. Nu echter olie is aangetroffen die niet aan de vrijstelling voldoet, kan geen sprake zijn van dezelfde gasolie.”
”