ECLI:NL:HR:2009:BC2820
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over verfijnde fosfaatheffing en bemonsteringsmethodiek Meststoffenwet
Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen opgelegd in de verfijnde fosfaatheffing en bestemmingsheffing over 1998, welke na bezwaar werden gehandhaafd door de Inspecteur. Het hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur over de verfijnde fosfaatheffing en handhaafde deze na ambtshalve vermindering, maar verwierp de overige grieven van belanghebbende.
De Hoge Raad oordeelt dat de wetgever met de Meststoffenwet en de uitvoeringsregelingen een systeem van verfijnde mineralenheffingen heeft ingesteld waarbij mineralenverlies zoveel mogelijk op basis van werkelijke hoeveelheden en gehalten wordt vastgesteld. Hoewel het systeem toevalsfouten en geringe systematische fouten kan bevatten, acht de Hoge Raad deze binnen de door de wetgever geaccepteerde marges.
Echter heeft het hof nagelaten te onderzoeken of in het concrete geval de bemonstering van vloeibare dierlijke meststoffen voldeed aan de prestatiekenmerken van de Regeling hoeveelheidsbepaling. Dit is essentieel omdat bij ontoelaatbare afwijkingen de aanslag verminderd moet worden. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de verfijnde fosfaatheffing betreft en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat de regelgeving niet in strijd is met het EVRM, het gemeenschapsrecht, de Nitraatrichtlijn of de marktordening en dat de heffingen in overeenstemming zijn met het nationale recht en de algemene rechtsbeginselen. De proceskosten worden niet aan een partij opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd voor de verfijnde fosfaatheffing en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling.