ECLI:NL:HR:2009:BF1222
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep cassatie tegen arrest over verblijf ongewenst verklaarde vreemdeling
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage inzake het verblijf van een ongewenst verklaarde vreemdeling in Nederland. De verdachte, gedetineerd op detentieboten te Dordrecht, stelde middelen van cassatie voor via zijn advocaat.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat alleen middelen van cassatie die voldoen aan wettelijke vereisten, zoals een duidelijke klacht over schending van rechtsregels of vormvoorschriften, voor onderzoek in aanmerking komen.
De ingediende middelen voldeden niet aan deze criteria en konden daarom niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad wees het beroep af zonder nadere motivering, omdat de rechtsvragen niet relevant waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, waarbij één raadsheer niet in staat was te ondertekenen. De Hoge Raad bevestigde hiermee het oordeel van het gerechtshof.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen.