ECLI:NL:HR:2009:BF1222

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/11353
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • J.W. Ilsink
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep cassatie tegen arrest over verblijf ongewenst verklaarde vreemdeling

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage inzake het verblijf van een ongewenst verklaarde vreemdeling in Nederland. De verdachte, gedetineerd op detentieboten te Dordrecht, stelde middelen van cassatie voor via zijn advocaat.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat alleen middelen van cassatie die voldoen aan wettelijke vereisten, zoals een duidelijke klacht over schending van rechtsregels of vormvoorschriften, voor onderzoek in aanmerking komen.

De ingediende middelen voldeden niet aan deze criteria en konden daarom niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad wees het beroep af zonder nadere motivering, omdat de rechtsvragen niet relevant waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, waarbij één raadsheer niet in staat was te ondertekenen. De Hoge Raad bevestigde hiermee het oordeel van het gerechtshof.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen.

Uitspraak

20 januari 2009
Strafkamer
nr. 07/11353
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 9 maart 2007, nummer 22-000726-06 en 22-001326-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de detentieboten te Dordrecht.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.R. Kellermann, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het tweede middel
Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld.
Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De als middel aangeduide klacht voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 20 januari 2009.
Mr. Thomassen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.