ECLI:NL:HR:2009:BF3292
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor ondersteunend gedrag bij openlijk geweld op openbare weg
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het openlijk in vereniging plegen van geweld tegen het slachtoffer op een openbare weg te Amsterdam op 6 oktober 2003. Het geweld bestond uit het omsingelen, gooien van een stoel en schoppen tegen het slachtoffer, waarbij verdachte ook werd verweten de gewelddadige handelingen te hebben ondersteund door lachen, schreeuwen, schelden en joelen.
De Hoge Raad stelt vast dat het eerste deel van de tenlastelegging, dat het plegen van openlijk geweld betreft, voldoende is omschreven en bewezen verklaard. Het tweede deel, dat het persoonlijk aandeel van verdachte in het ondersteunen van het geweld door lachen en schreeuwen omschrijft, is echter overbodig voor de veroordeling en moet ook worden ondersteund door bewijsmiddelen.
Uit de bewijsmiddelen en nadere overwegingen blijkt dat verdachte wel openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd, maar niet dat hij persoonlijk door lachen en schreeuwen de handelingen heeft ondersteund. Daarom is de bewezenverklaring voor dat onderdeel niet naar de eis der wet met redenen omkleed en wordt verdachte daarvan vrijgesproken.
De Hoge Raad vernietigt het arrest uitsluitend voor dat onderdeel en verwerpt het beroep voor het overige. Een terugwijzing is niet nodig omdat de vrijspraak de aard en ernst van het bewezenverklaarde niet aantast. De veroordeling voor het openlijk in vereniging plegen van geweld blijft in stand.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het ondersteunen van geweld door lachen en schreeuwen, maar veroordeeld voor openlijk in vereniging gepleegd geweld.