ECLI:NL:HR:2009:BF7311
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoorplicht en beroepstermijn bij bezwaar tegen WOZ-waarde onroerende zaak
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en vroeg om een hoorgesprek. De heffingsambtenaar wees dit verzoek af omdat de beslissing op bezwaar reeds was genomen. Later werd belanghebbende alsnog uitgenodigd voor een hoorgesprek, waarbij werd aangegeven dat alleen nieuwe feiten tot herziening konden leiden.
Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de beroepstermijn. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet in verzuim was omdat het hoorgesprek nog moest plaatsvinden, maar dat het beroep te laat was ingediend na de hoorzitting.
De Hoge Raad stelde vast dat de heffingsambtenaar duidelijk had gemaakt dat het hoorgesprek geen invloed meer had op de beslissing en dat belanghebbende tijdig beroep had moeten instellen volgens de wettelijke termijn. Het cassatieberoep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de WOZ-waarde beschikking is niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.