ECLI:NL:PHR:2009:BF7311
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Termijn voor beroep na hoorzitting in bezwaarprocedure WOZ-waarde woning
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning en verzocht om gehoord te worden. De heffingsambtenaar wees het bezwaar af en stelde dat belanghebbende niet tijdig had gereageerd op de uitnodiging voor een hoorzitting. Later werd belanghebbende alsnog gehoord, maar de waarde werd niet verlaagd. Belanghebbende diende zijn beroepschrift na de wettelijke termijn in, met als reden dat hij dacht dat de beroepstermijn pas na de hoorzitting zou beginnen en dat hij nog niet alle benodigde stukken had ontvangen.
De Rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening. In het verzet werd dit standpunt bevestigd. Belanghebbende stelde in cassatie dat de termijn voor het indienen van beroep niet was begonnen vóór de hoorzitting, omdat de hoorplicht nog niet was vervuld. De Hoge Raad bevestigde dat volgens artikel 7:2 Awb Pro een belanghebbende in de gelegenheid moet worden gesteld te worden gehoord voordat op bezwaar wordt beslist, en dat het bestuursorgaan rekening moet houden met hetgeen mondeling wordt ingebracht.
De Hoge Raad oordeelde dat indien een hoorzitting na de uitspraak op bezwaar plaatsvindt, de beroepstermijn niet eerder kan beginnen dan na die hoorzitting. Indien het beroepschrift binnen veertien dagen na de hoorzitting wordt ingediend, kan geen sprake zijn van verzuim. In dit geval was het beroep weliswaar na zes weken ingediend, maar de heffingsambtenaar had de hoorzitting als een nadere beslissing gepresenteerd, waardoor de termijn niet was gaan lopen. Daarom werd de termijnoverschrijding als verschoonbaar beschouwd en werd het beroep ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en verklaart het beroep ontvankelijk vanwege verschoonbare termijnoverschrijding door hoorplicht na uitspraak op bezwaar.