ECLI:NL:HR:2009:BG6444
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- A.H.T. Heisterkamp
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over teruggaaf omzetbelasting bij factoorsovereenkomst en wanbetaling vaste afnemer
Belanghebbende, een fiscale eenheid die optreedt als factoor, verzocht om teruggaaf van omzetbelasting op grond van artikel 29, lid 1, letter a, van de Wet op de omzetbelasting 1968, nadat zij wegens wanbetaling van een vaste afnemer een vordering van een vaste leverancier had voldaan.
De Inspecteur wees het verzoek af en het gerechtshof verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat belanghebbende voorafgaand aan de overdracht van de vordering aan haar al had betaald, zodat artikel 29 niet Pro van toepassing zou zijn. Het hof oordeelde dat er sprake was van financieringsovereenkomsten met garantstellingen en dat belanghebbende niet de positie van de leverancier had overgenomen.
De Hoge Raad stelde echter vast dat de overeenkomsten tussen belanghebbende, vaste afnemers en vaste leveranciers kwalificeren als factoorsovereenkomsten zoals omschreven in de staatssecretariele resolutie van 1983. De Hoge Raad oordeelde dat belanghebbende daarom tot de kring van begunstigde belastingplichtigen behoort en dat het beroep in cassatie gegrond is.
De uitspraak van het hof en de beschikking van de Inspecteur worden vernietigd, en belanghebbende wordt teruggaaf van de omzetbelasting toegekend. Tevens worden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hof en kent teruggaaf van omzetbelasting toe aan belanghebbende.