ECLI:NL:HR:2009:BG6446
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Ontslag zonder voorafgaande toestemming kantonrechter bij deskundige werknemer volgens Arbowet
De zaak betreft de vraag of de opzegging van de arbeidsovereenkomst van eiser, een bedrijfsleider, zonder voorafgaande toestemming van de kantonrechter nietig is omdat hij een deskundige werknemer zou zijn in de zin van art. 14 lid 1 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet 1998.
Eiser stelde dat hij als deskundige werknemer een bijzondere positie innam die ontslag zonder rechterlijke toestemming uitsluit. De kantonrechter wees de vordering af en het hof bekrachtigde dit oordeel. Het hof overwoog dat eiser niet expliciet als deskundige werknemer was aangewezen en ook niet een onafhankelijke positie innam ten opzichte van de directie of als onafhankelijk adviseur van personeel of ondernemingsraad fungeerde.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof deze feitenwaardering niet op onjuiste rechtsopvattingen baseerde en dat de beoordeling van de vraag of iemand deskundige werknemer is, niet uitsluitend aan objectieve criteria moet worden getoetst, maar ook de feitelijke positie en onafhankelijkheid van de werknemer moet worden meegewogen.
Het beroep in cassatie werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding. Hiermee is bevestigd dat ontslag zonder voorafgaande toestemming van de kantonrechter niet automatisch nietig is indien de werknemer niet de positie van deskundige werknemer in de zin van de Arbowet bekleedt.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; het ontslag zonder voorafgaande toestemming van de kantonrechter is niet nietig omdat eiser geen deskundige werknemer was.