ECLI:NL:PHR:2009:BG7408
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing definitieve toelating schuldsaneringsregeling wegens gegronde vrees voor benadeling schuldeisers
De verzoeker heeft in augustus 2007 verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank sprak op 9 oktober 2007 voorlopige toepassing uit, waarna de bewindvoerder een negatief advies gaf over definitieve toelating. De rechtbank wees het verzoek definitief af, een beslissing die het hof in hoger beroep bekrachtigde.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat er gegronde vrees bestaat dat de schuldenaar schuldeisers zal benadelen en zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet zal nakomen. Dit oordeel baseert het hof op feiten zoals het niet melden van betrokkenheid bij een onderneming, het niet verstrekken van informatie over financiers, het verzwijgen van de verkoop van een substantieel deel van zijn auto's en het niet opnemen van een belastingvordering in de verklaring.
De Hoge Raad benadrukt dat in deze procedure de rechter een zelfstandige onderzoeksplicht heeft en niet zomaar niet-weerlegde stellingen van de schuldenaar als vaststaand mag aannemen. De klachten van de verzoeker tegen de feitelijke vaststellingen en motivering van het hof worden verworpen. De afwijzing van het verzoek tot definitieve toelating blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot definitieve toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gegronde vrees voor benadeling van schuldeisers en niet-nakoming van verplichtingen.