ECLI:NL:HR:2009:BG9152
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij poging diefstal met braak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld voor poging diefstal met braak bij een supermarkt te Millingen aan de Rijn. Het hof stelde vast dat verdachte samen met anderen met een auto naar de toegangsdeur van de winkel reed, uitstapte en zich gereedmaakte om de diefstal te voltooien, maar door een onverwachte lichtinval en daaropvolgende schrikactie de poging niet kon voltooien.
De verdediging voerde aan dat er geen begin van uitvoering was, maar de Hoge Raad oordeelde dat de gedragingen van verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht waren op voltooiing van het misdrijf, hetgeen geen onjuiste rechtsopvatting is en niet onbegrijpelijk.
De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De straf werd verminderd met drie maanden en drie weken. Het beroep werd voor het overige verworpen.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige behandeling van strafzaken en bevestigt de criteria voor het aannemen van een begin van uitvoering bij poging diefstal met braak.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot drie maanden en drie weken wegens overschrijding van de redelijke termijn, het oordeel over poging diefstal met braak bleef in stand.