ECLI:NL:HR:2009:BG9201
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De raadsman van de verdachte klaagde over het ontbreken van processtukken, maar had niet binnen de wettelijke termijn een verzoek tot aanvulling ingediend, waardoor deze klacht niet ontvankelijk was.
Verdere middelen van cassatie werden zonder nadere motivering verworpen omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden, doordat de stukken te laat waren ingezonden en de Hoge Raad meer dan twee jaar na het instellen van het beroep uitspraak deed.
Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vijf jaar naar vier jaar en negen maanden. De overige klachten werden verworpen en het arrest werd op dit punt vernietigd en aangepast. De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 31 maart 2009.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vier jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.