ECLI:NL:HR:2009:BG9971
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens niet-naleving termijn en bewijsgebruik verklaring verdachte
Op 10 maart 2009 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 26 november 2007. Het beroep betrof onder meer de klacht dat het hof ten onrechte de verklaring van verdachte als bewijs gebruikte zonder hem te wijzen op zijn zwijgrecht.
De verdediging diende een aanvullende schriftuur in met een primaire klacht over niet-naleving van art. 273 lid 2 jo Pro. 29 lid 2 Sv, stellende dat dit moest leiden tot nietigheid van het onderzoek en het arrest, dan wel uitsluiting van de verklaring als bewijs. Deze aanvullende klacht werd echter na de in art. 437 lid 2 Sv Pro gestelde termijn ingediend en bleef daarom onbesproken.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen wegens termijnoverschrijding en gegrond gebruik van zijn verklaring als bewijs.