Uitspraak
1.De bestreden uitspraak
2. Het cassatieberoep
3.De conclusie van het Openbaar Ministerie
enverklaring eng
ebezigde bewijsmiddelenDe Economische Politierechter heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat zij:
Hoge Raad
In deze economische strafzaak werd een rechtspersoon veroordeeld wegens het verhandelen van eieren zonder duidelijke vermelding van het registratienummer en met een onjuiste aanduiding op de verpakking. De vertegenwoordiger van de vennootschap werd gehoord zonder dat hem vooraf werd meegedeeld dat hij niet tot antwoorden verplicht was, terwijl hij niet werd bijgestaan door een raadsman. Zijn verklaring werd als bewijs gebruikt.
De Hoge Raad oordeelde dat het niet naleven van artikel 29, lid 2, Sv, dat beoogt de verdachte te beschermen tegen ongewilde medewerking aan zijn eigen veroordeling, kan leiden tot nietigheid van het onderzoek en het vonnis indien de verdediging redelijkerwijs is geschaad. Dit was hier het geval omdat de vertegenwoordiger niet werd geïnformeerd over zijn zwijgrecht en geen juridische bijstand had.
Daarnaast werd geoordeeld dat bepaalde passages in het proces-verbaal van de Algemene Inspectiedienst, die een oordeel bevatten in plaats van feitelijke waarnemingen, niet als wettig bewijsmiddel konden dienen. De Hoge Raad vernietigde het vonnis en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het vonnis van de Economische Politierechter wordt vernietigd wegens schending van procesrechtelijke voorschriften en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.